Deze Nederlandse chipolatapudding is een ouderwets feestelijk dessert met romige vanillecrème, luchtige slagroom, gekonfijte kersen, sinaasappelschil en rozijnen. De zachte pudding krijgt dankzij de gelatine een stevige structuur, terwijl het fruit voor kleur en een aangenaam zoete smaak zorgt. Een vleugje rum of sinaasappelsap geeft de rozijnen extra aroma en het geroosterde amandelschaafsel maakt de afwerking compleet. Chipolatapudding is een bekende Nederlandse dessertklassieker die vooral bij feestelijke maaltijden en bijzondere gelegenheden op tafel verschijnt.
In één oogopslag
- Voorbereiding: 30 minuten
- Kooktijd: ongeveer 10 minuten
- Week- en afkoeltijd: ongeveer 30 minuten
- Opstijftijd: 4–6 uur
- Totale tijd: ongeveer 5–7 uur
- Porties: 6–8 personen
- Oventemperatuur: niet nodig
- Benodigdheden: puddingvorm, steelpan, garde, mixer en mengkommen
Ingrediënten
Voor de chipolatapudding
- 500 ml volle melk
- 4 eidooiers
- 100 g suiker
- 40 g maïzena
- 1 tl vanille-extract
- 4 blaadjes gelatine (ongeveer 8 g)
- 250 ml slagroom
- 50 g gekonfijte kersen, fijngehakt
- 50 g gekonfijte sinaasappelschil, fijngehakt
- 40 g rozijnen
- 2 el rum of sinaasappelsap
- 30 g amandelschaafsel
- 1 snufje zout
Bereiding
1. Week de gelatine.
Leg de 4 blaadjes gelatine in een kom met ruim koud water en laat ze 5–10 minuten weken. De blaadjes moeten zacht en soepel worden voordat je ze straks door de warme crème mengt.
2. Verwarm de melk met vanille.
Giet de volle melk in een steelpan en voeg het vanille-extract toe. Verwarm de melk rustig tot net onder het kookpunt. Laat de melk niet hard koken. Haal de pan zo nodig kort van het vuur terwijl je het eimengsel klaarmaakt.
3. Maak het eimengsel.
Doe de eidooiers, suiker, maïzena en het snufje zout in een kom. Klop met een garde tot een glad mengsel zonder klontjes. Voeg al kloppend beetje bij beetje een deel van de warme melk toe. Zo warmen de eidooiers geleidelijk op en verklein je de kans dat ze stollen.
4. Kook de vanillecrème.
Schenk het eimengsel terug in de pan met de resterende melk. Verwarm op middellaag vuur en blijf voortdurend roeren met een garde. Zodra de crème duidelijk dikker wordt, laat je deze ongeveer 1 minuut zachtjes doorkoken. Blijf goed over de bodem en langs de randen roeren om aanbranden te voorkomen.
5. Los de gelatine op in de crème.
Haal de pan van het vuur. Knijp de geweekte gelatineblaadjes goed uit en roer ze door de warme crème totdat ze volledig zijn opgelost. Controleer of er geen gelatineblaadjes of klontjes achterblijven. Laat de crème afkoelen tot kamertemperatuur en roer af en toe door.
6. Week de rozijnen.
Doe de rozijnen in een kommetje en giet de rum of het sinaasappelsap erover. Laat ze ongeveer 10 minuten weken, zodat ze zachter worden en extra smaak opnemen. Laat ze daarna uitlekken. Gebruik je liever geen alcohol, dan is sinaasappelsap een goed alternatief.
7. Klop de slagroom.
Klop de koude slagroom in een schone kom lobbig. De room moet luchtig zijn en zachte pieken vormen, maar hoeft niet volledig stijf te worden. Zo kun je hem straks gemakkelijk door de afgekoelde crème spatelen zonder veel lucht te verliezen.
8. Meng de puddingvulling.
Controleer of de vanillecrème is afgekoeld tot kamertemperatuur en nog niet stevig begint op te stijven. Spatel de slagroom er voorzichtig doorheen. Voeg vervolgens de fijngehakte gekonfijte kersen, de gekonfijte sinaasappelschil en de uitgelekte rozijnen toe. Meng rustig totdat het fruit gelijkmatig verdeeld is.
9. Vul de puddingvorm.
Spoel een puddingvorm om met koud water en giet het overtollige water eruit zonder de vorm droog te maken. Schep het puddingmengsel in de vorm en strijk de bovenkant glad. Tik de vorm voorzichtig op het werkblad om grote luchtbellen te laten ontsnappen.
10. Laat de pudding opstijven.
Dek de vorm af en zet hem minstens 4–6 uur in de koelkast. Voor een extra stevig resultaat kun je de pudding een hele nacht laten opstijven. De gelatine heeft voldoende tijd nodig om de roomvulling stevig te maken, zodat de pudding bij het storten zijn vorm behoudt.
11. Rooster het amandelschaafsel.
Verwarm een droge koekenpan op middellaag vuur. Voeg het amandelschaafsel toe en rooster het kort terwijl je regelmatig omschept. Haal de pan van het vuur zodra de amandelen licht goudbruin zijn en laat ze volledig afkoelen. Blijf erbij, want amandelschaafsel kan snel verbranden.
12. Stort en garneer de chipolatapudding.
Haal de pudding uit de koelkast. Houd de onderkant van de vorm enkele seconden in lauwwarm water, zonder dat er water in de pudding komt. Maak de rand indien nodig voorzichtig los en keer de vorm om op een serveerschaal. Til de vorm rustig op. Garneer de pudding met het afgekoelde amandelschaafsel en eventueel extra slagroom. Serveer direct.
Serveren en bewaren
Serveer de Nederlandse chipolatapudding goed gekoeld als feestelijk dessert na een diner, tijdens de feestdagen of bij een uitgebreide familiemaaltijd. De combinatie van vanillecrème, slagroom en gekonfijt fruit is rijk en zoet. Het geroosterde amandelschaafsel voegt een lichte krokante toets toe. Snijd de pudding met een scherp mes in porties en gebruik een taartschep om de stukken netjes op de borden te leggen.
Bewaar restjes afgedekt in de koelkast vanwege de melk, eidooiers en slagroom. Eet de pudding bij voorkeur binnen 2–3 dagen op. Het amandelschaafsel blijft het knapperigst wanneer je het vlak voor het serveren toevoegt. Invriezen is niet ideaal, omdat de structuur van de roomvulling na het ontdooien kan veranderen.
Tips voor de lekkerste chipolatapudding
- Voeg de gelatine toe aan warme crème. De crème moet warm genoeg zijn om de gelatine volledig op te lossen. Roer goed en controleer of er geen stukjes achterblijven.
- Laat de crème afkoelen voordat de slagroom erbij gaat. Warme crème kan de slagroom laten inzakken. Wacht tot de crème op kamertemperatuur is, maar nog niet begint te stollen.
- Spatel de slagroom voorzichtig door het mengsel. Werk met rustige bewegingen van onder naar boven om de luchtigheid van de pudding te behouden.
- Laat de rozijnen even weken. Door de rozijnen in rum of sinaasappelsap te laten weken, worden ze zachter en krijgen ze meer smaak. Laat ze uitlekken voordat je ze toevoegt.
- Hak het gekonfijte fruit fijn. Kleine stukjes verdelen zich gelijkmatiger door de pudding en maken het eenvoudiger om nette plakken te snijden.
- Maak de puddingvorm nat met koud water. Een dun laagje water helpt de pudding na het opstijven gemakkelijker uit de vorm los te komen.
- Geef de pudding voldoende tijd in de koelkast. Reken op minimaal 4–6 uur. Als je de pudding voor een feestelijke maaltijd maakt, is een nacht opstijven een handige keuze.
- Stort de pudding voorzichtig. Houd de vorm kort in lauwwarm water en keer hem rustig om. Gebruik niet te heet water en laat het niet over de rand in de pudding lopen.
Veelgestelde vragen
Wat is Nederlandse chipolatapudding?
Chipolatapudding is een klassieke Nederlandse pudding op basis van een gebonden crème, slagroom, gelatine en stukjes fruit. Traditionele varianten bevatten vaak gekonfijt fruit, rozijnen, koekjes en likeur. De naam verwijst naar het nagerecht en niet naar de chipolatasaus of het gelijknamige worstje.
Kan ik de rum vervangen door sinaasappelsap?
Ja. Sinaasappelsap is een geschikt alcoholvrij alternatief om de rozijnen in te weken. Het geeft een frisse, fruitige smaak die goed samengaat met de gekonfijte sinaasappelschil en kersen.
Waarom stijft mijn chipolatapudding niet goed op?
Mogelijke oorzaken zijn gelatine die niet volledig is opgelost, een te korte opstijftijd of een crème die nog te warm was toen de slagroom werd toegevoegd. Controleer of de gelatine volledig is opgelost en laat de pudding minstens 4–6 uur in de koelkast staan.
Hoe voorkom ik dat de pudding aan de vorm blijft kleven?
Spoel de puddingvorm voor het vullen om met koud water en laat een dun laagje vocht achter. Houd de onderkant van de vorm voor het storten enkele seconden in lauwwarm water en keer de vorm daarna voorzichtig om op een schaal.
Kan ik andere soorten gekonfijt fruit gebruiken?
Ja. Je kunt de gekonfijte kersen en sinaasappelschil gedeeltelijk vervangen door andere soorten gekonfijt fruit. Snijd het fruit fijn, zodat het zich gelijkmatig door de pudding verdeelt. Houd rekening met de zoetheid en de smaak van het gekozen fruit.
Kan ik chipolatapudding een dag van tevoren maken?
Ja, dat is zelfs handig. Maak de pudding een dag vooraf en laat hem afgedekt een hele nacht in de koelkast opstijven. Stort de pudding vlak voor het serveren en voeg het geroosterde amandelschaafsel en eventuele extra slagroom op het laatste moment toe.
Kan ik chipolatapudding invriezen?
Invriezen is niet aan te raden als je de oorspronkelijke romige structuur wilt behouden. Na het ontdooien kan de pudding vocht loslaten en minder glad worden. Bewaar hem liever afgedekt in de koelkast en serveer hem binnen enkele dagen.








.webp)


